Speelt als een ‘all you can play’-buffet
Kingdoms of Amalur: Reckoning – Gamereview
Om maar meteen het hoge woord eruit te gooien, ja, Kingdoms of Amalur: Reckoning biedt waar voor je geld. De ontwikkelaar belooft dat het spel je zo’n 200 uur bezig houdt voor je alles in de grootse fantasiewereld gezien hebt. De waarheid ligt waarschijnlijk ietsje lager, maar niet heel veel. Amalur is namelijk écht groot genoeg om een MMORPG uit te scheppen. Het feit dat je de enige speler in het land bent zorgt voor een eigenaardige, soms ietwat onevenwichtige maar uiteindelijke vermakelijke speelervaring.
Het Tolkieneske wereldje
Je begint zoals de grote namen in het westerse RPG-genre met het scheppen van je eigen personage. Elf, mens, gelovige of ongelovige, aan het begin van je avontuur ben je een lijk. Je stoffelijke overschot wordt gebruikt in een experiment om de doden weer levend te krijgen, een motief dat door het verhaal heen verweven blijft. Amalur kent namelijk ook de Fae, een oud ras van onsterfelijke wezens die zoals wel vaker neerkijken op de stervelingen. Je hebt Summer en Winter Fae maar de echte probleemmakers zijn de Tuatha, een splintergroepering van de Winter Fae. Het achtergrondverhaal kan in ellenlange dialogen worden uitgediept, maar uiteindelijk is veel ervan niet boeiend genoeg. Best jammer aangezien New York-times bestseller auteur R.A. Salvatore weldegelijk een aantal originele ingrediënten in het Tolkieneske wereldje stopt. Zo zijn de Summer Fae verzot op het herspelen van legendes uit het verleden. De helden van toen moeten hun rivalen tot het einde der tijden blijven bevechten, en natuurlijk zou er geen avontuur zijn als deze cyclus niet op mysterieuze wijze verbroken werd.

Sidequestsleur
De mainquests zijn doorgaans erg vermakelijk maar de sidequests laten in Amalur weleens te wensen over. Na de zoveelste slechterik in een dungeon verslaan begint de sleur erin te raken, net als het verzamelen van bepaalde voorwerpen, om nog maar te zwijgen over het terugzoeken van nooit teruggebrachte bibliotheekboeken. Er zijn genoeg quests om er een paar over te slaan en wie een beetje de opdrachten doorleest kan goed raden welke de moeite waarde zijn. Bovendien nemen ze nooit veel tijd in beslag omdat alles netjes via cirkeltjes op de kaart wordt aangegeven. Je kan ook net als in The Elder Scrolls V: Skyrim op de kaart op stadjes klikken om er direct naartoe getransporteerd te worden.
Combatkwalen
Waar Amalur zich echt weet te onderscheiden van de moordende concurrentie, is het vechtsysteem. Die biedt de vrijheid van action-adventures zoals Prince of Persia en God of War en maakt er iets simpels maar tegelijkertijd ook verslavends van. In veel gevechten komt het vooral op knoppenrammen en ontwijken aan. Dat kan voor met name hardcore RPG-liefhebbers een stoorfactor zijn. Persoonlijk heb ik daar nog geen sleur kunnen ontdekken. Wel mist ook hier de nodige afwerking en balancering. Hoe gevaarlijk de grootzwaarden en toverstaven er ook uitzien, zodra je chakrams vindt kun je door hun lange bereik ieder gevecht aan.

Uit balans
Ik zou eigenlijk ieder aspect van Amalur kunnen beschrijven als net niet in balans. Van gamebrekende fouten kan niet gesproken worden, maar het begint op een gegeven moment wel te schuren dat je struikelt over de kisten met items, de skilltrees veel nietszeggende aanvallen bevatten en je personage levenloos uit z’n ogen staart. Hierdoor blijft Amalur achter de werken van Bethesda en BioWare hangen. Tegelijkertijd moet er ook iemand zijn die brons wint. Want wat ik aan het begin van deze recensie schreef blijft de waarheid: Kingdoms of Amalur: Reckoning biedt waar voor je geld.
Conclusie
Zestig euro voor zo’n honderd uur aan spannende avonturen in een fraai vormgegeven wereld, is een goede ruil. Let wel op de hierboven beschreven valkuilen, dan overkomt je verder weinig.
Cijfer: 8,0
Kingdoms of Amalur: Reckoning is verkrijgbaar voor Xbox 360, PlayStation 3 en PC.

